Leerlingenzorg
4.2 Zorg op maat

Er zijn grote verschillen in begaafdheid, tempo en belangstelling tussen kinderen. Op school trachten wij, waar mogelijk, hiermee rekening te houden. We praten dan over zorg op maat. Wanneer het gaat om zorg-leerlingen dan is er een plan voor zorgverbreding. De zorgverbreding speelt zich af op drie niveaus:
A. Groepsniveau
B. Schoolniveau
C. Schooloverstijgend niveau

A. Groepsniveau
Zelfstandig (ver)werken.
De leerkracht biedt altijd zoveel mogelijk hulp binnen de eigen groep.
Op bepaalde momenten gaan de leerlingen zelfstandig aan het werk. Ofschoon de leerkracht gewoon in de klas is, is hij tijdelijk niet te bereiken. Het zelfstandig werken wordt aangegeven d.m.v. een teken op het bord. Wanneer dit teken hangt, wil de leerkracht niet gestoord worden. De leerling kan d.m.v. een gekleurde dobbelsteen op zijn tafel aangeven of hij een vraag heeft, zelfstandig door kan werken en / of hij een medeleerling wil helpen. Daarnaast werken leerlingen met dag- en weektaken. Op deze momenten heeft de leerkracht de tijd om zich bezig te houden met die leerlingen, die extra aandacht behoeven in een instructiegroep.

(Meer ) begaafde leerlingen
Wanneer het gaat om zorg op maat, dan zijn er ook kinderen die meer aan kunnen dan de gemiddelde leerling. In bepaalde methodes wordt aangegeven wat basisstof en wat verrijkende stof is.

Zo werken (meer)begaafde kinderen uit groep 3 met een moeilijkere versie van de methode voor aanvankelijk lezen. Een kind dat meer aan kan, kan zichzelf, onder begeleiding van de leerkracht, verdiepen in de leerstof.
We beschikken over verschillende uitdagende materialen voor zowel rekenen als taal.

B. Schoolniveau
Op school is een leerkracht aangesteld die zich bezig houdt met de zorg voor leerlingen. Deze leer¬kracht wordt interne begeleider genoemd. De interne begeleider heeft als taak het coördineren, bewaken en ontwikkelen van procedures en afspraken rond de leerlingenzorg. In de praktijk betekent dit het organiseren en coördineren van:
• signaleren (opsporen) van risicoleerlingen
• diagnosticeren (nader onderzoek)
• het eventueel hulp bieden bij het opzetten van een handelingsplan/ groepsplan/ individuele leerlijn
• remediëren (speciale begeleiding)
• evalueren van de effecten van die speciale bege¬leiding

Op teamniveau zijn er afspraken/procedures t.a.v.:
• vroegtijdige signalering van risicoleerlingen
• het hanteren van het leerlingvolgsysteem aan de hand van de toetskalender
• leerlingbesprekingen
• de wijze van aanmelden van zorgleerlingen
• groepsplannen, handelingsplannen en individuele leerlijnen

Contacten met de ouders van kinderen met leer- en ontwikkelingsproblemen:
• uitgangspunt is altijd mondeling contact in een zo vroeg mogelijk stadium
• ouders worden geïnformeerd bij nader diagnostisch onderzoek
• ouders worden tijdig geïnformeerd en waar mogelijk actief betrokken bij speciale leerlingbegeleiding
• ouders worden nader geïnformeerd en geven schriftelijk toestemming indien nader onderzoek door externe deskundigen noodzakelijk is

C. Schooloverstijgend niveau
“De Koppel” maakt deel uit van een Samenwerkingsverband, hierin werken we samen met een school voor Speciaal Basisonderwijs. Doel is om zoveel mogelijk kinderen binnen het gewone onderwijs te houden. We maken gebruik van de deskundigheid die er is binnen het Samenwerkingsverband.


4.3 Cito-leerlingvolgsysteem
Om een duidelijk beeld te krijgen hoe de kinderen zich ontwikkelen en hoe de prestaties zijn, zorgen wij ervoor dat door middel van observatielijsten en toetsen de kinderen op de voet gevolgd worden. Op “De Koppel” hanteren wij het CITO-leerlingvolgsysteem en de “Tempotoets Hoofdrekenen” van Eduforce.

Het toetsen van de kinderen is geen doel op zichzelf. Het heeft alles te maken met een beter zicht op de kwaliteit van ons onderwijs en nog belangrijker: het bewaken van de voortdurende ontwikkeling van uw kind. Aan de hand van de toetsen kan ook bekeken worden wie extra aandacht behoeft.

Tussentoets
De Tussentest is bedoeld voor leerlingen in groep 6. De Tussentest geeft inzicht in hoe leerlingen presteren in relatie tot hun aanleg. De Tussentest is het 'jongere broertje' van de “Drempeltest”. Door gebruik van de Tussentest wordt in een vroeg stadium bekeken of de school het potentieel van de leerling optimaal benut (opbrengstmeting). De Tussentest biedt namelijk inzicht in kennis- en aanlegfactoren, die vervolgens direct in relatie te brengen zijn met de gegevens van uw leerlingvolgsysteem.
Uitgangspunt hierbij is dat, wanneer een leerling of een groep leerlingen gemeten met de Tussentest, qua aanleg (potentie) ónder het landelijk gemiddelde blijkt te zitten, men van de school niet kan verwachten dat de resultaten daar (ver) boven liggen. Op basis van de uitslag van de Tussentest kan een individuele leerlijn of handelingsplan opgesteld worden.

CITO-Entreetoets
Deze toets wordt door groep 7 gemaakt. De toets geeft een duidelijk beeld van de vorderingen op het gebied van rekenen, taal en algemene kennis. De toets geeft aan waar zich nog eventuele hiaten bevinden.

Eindonderzoek groep 8.
De kinderen van groep 8 worden in november getest m.b.v. een toets van het Cedin. Deze “Drempeltest” toetst niet alleen kennis, maar ook zaken als doorzettingsvermogen, nauwkeurigheid, ruimtelijke oriëntatie en zelfbeeld. Het is geen schoolkeuzetest maar een inschatting van niveau. Daarnaast maken de kinderen van groep 8 de Cito-Eindtoets. Dit jaar zal deze toets plaatsvinden op 7, 8 en 9 februari 2012. Zowel de Drempeltest, Cito-Eindtoets, als de Entreetoets helpen school, kinderen en ouders bij de keuze voor een school voor Voortgezet Onderwijs. Die toetsen zijn niet doorslaggevend of zaligmakend. We gebruiken deze toetsen ook als eindmeting van het LeerlingVolgSysteem van het Cito. Vaak zie je door de jaren heen een stijgende lijn, de lijn die aangeeft dat het kind leert. Meestal correspondeert deze lijn ook met de score op de Cito-Eindtoets. Maar de score is natuurlijk niet genoeg, daarnaast is de werkhouding van groot belang. In ons advies wordt alles meegenomen. De scholen voor Voortgezet Onderwijs hechten in het algemeen meer waarde aan een goed onderbouwd advies van de basisschool.

Met de kwaliteit van onderwijs worden vaak de resultaten bedoeld. Hoe meer kinderen naar de HAVO of het VWO gaan, hoe beter de school. Als alleen deze gegevens doorslaggevend zouden zijn, betekent dat een enorme verarming van ons onderwijs.
“De Koppel” wil geen leerfabriek zijn, waarin slechts kennis en vaardigheden worden overgedragen. Begeleiding bij de persoonlijke ontwikkeling vinden we tevens belangrijk.
Hierbij houden we er rekening mee dat ieder kind uniek is en z’n eigen mogelijkheden heeft.

Beleid ten aanzien van zittenblijven en een groep overslaan.
In de schoolloopbaan van uw kind streven we naar een ononderbroken ontwikkeling. Toch kan het voorkomen dat we in overleg met de ouders besluiten dat een kind een jaar moet overdoen.
In principe kan dit tot en met groep 4. Bij kleuters komt het voor dat een kind nog te jong, te speels is en het beter is dat ze nog een jaar ‘kleuteren‘.
Het kan ook zijn dat een kind laag scoort op de toetsen van het leerlingvolgsysteem.
Vanaf groep 1 wordt er gewerkt met groeps- en handelingsplannen. Om problemen duidelijk in kaart te brengen nemen we een Pedagogisch Didactisch Onderzoek af (PDO).

Aan de hand van dit PDO bespreken we met de ouders wat de beste leerlijn voor het kind is. In de groepen 3 en 4 zijn vaak leerproblemen aanleiding om te overwegen het kind nog een extra jaar te gunnen om de leerstof te leren beheersen. Wij hanteren de harde eis dat een kind, voordat hij doorgaat naar groep 4 minimaal, leest op het niveau M3 van de AVI (leestoets). Deze eis stellen wij omdat wij in de loop van de jaren gemerkt hebben dat de meeste kinderen die dit leesniveau niet beheersen onherroepelijk onderuit gaan in groep 4.

NB: Een jaar overdoen betekent niet dat alle leerstof voor de tweede keer gedaan moet worden!

Een groep overslaan kan ook en in principe tot en met groep 4.
Uitgangspunten hierbij zijn:

a. Groep 1/2:
• Het kind presteert op Cito A-niveau
• Het heeft een taalgebruik boven het leeftijdsniveau
• Sociaal-emotioneel en leerhouding is sterk.
• Er is een goed overleg met de ouders over het versnellen van het kind geweest.

b. Groep 3/4:
• Het kind kan veel meer en veel moeilijker stof aan en is in staat om die stof met weinig hulp te kunnen verwerken.
• De resultaten van het leerlingvolgsysteem moeten een indicatie zijn.