Hoofdstuk 3 De organisatie van het onderwijs
Hoofdstuk 3 De organisatie van het onderwijs
3.1 De organisatie van de school
Er werken 10 personeelsleden op “De Koppel”, parttimers en fulltimers. Diverse leerkrachten hebben zich gespecialiseerd, bijvoorbeeld als remedial teacher, intern begeleider of als computerdeskundige. Het team volgt op teamniveau en op leerkrachtniveau jaarlijks bij- en nascholingen.
Margreet van der Laan heeft de leiding van de school, zij is de directeur. Jaap Jansma is algemeen- directeur van alle christelijke basisscholen in de gemeente het Bildt en van de coöperatie G3.
In uw lagere schooltijd had u waarschijnlijk maar één juf of meester voor de klas. Nu is dit anders. Alle groepen op onze school hebben twee verschillende leerkrachten. Doordat we steeds weer gezamenlijk de onderwijskundige en opvoedkundige problemen en mogelijkheden met elkaar bespreken, staan we als team sterk. We streven naar een onderwijsconcept dat recht doet en tegemoet komt aan verschillen tussen de kinderen. Het zelfstandig werken is hierbij een belangrijke werkvorm.
3.2 Groepssamenstelling
We hebben 4 combinatiegroepen, te weten groep 1/2, groep 3/4, groep 5/6 en groep 7/8.
• Groep 1/2
Nynke van der Veen op maandag en dinsdag,
Joke Pars op woensdag, donderdag en vrijdag.
• Groep 3/4
Margreet van der Laan op maandag
Leontien Wijbenga op dinsdag t/m vrijdag.
• Groep 5/ 6:
Eke Loonstra op maandagmiddag en dinsdag
Tine Meindertsma op maandagmorgen en woensdag t/m vrijdag.
Groep 7/8:
Anne van der Tuin van maandag t/m vrijdagmorgen
Leontien Wijbenga op vrijdagmiddag.
Eke Loonstra is Intern Begeleider en geeft regelmatig RT. Ook is zij Dyslexiecoach. Tine Meindertsma is onze taalcoördinator. Hilda de Vries is een van onze onderwijsassistente. Zij werkt op maandagochtend, dinsdag, woensdag en donderdagochtend. Heleen Zoethout is ook onderwijsassistent bij ons op school, zij werkt op dinsdagmorgen, woensdag en donderdagmorgen als Taalactivator. Anne van der Tuin is de ICT-er en Joke Pars is onze Cultuur Coördinator (ICC-er).
3.3 De leeractiviteiten van de kinderen
Groep 1/2
De aanpak in de groepen 1 en 2 verschilt van die van de andere groepen, evenals de inrichting van het lokaal en de manier van werken. Het werken in de kleutergroepen gebeurt vanuit de kring. In de kring begint de dag en hier keren de kinderen ook steeds weer terug. Daarnaast wordt er gespeeld en gewerkt aan tafels, in de hoeken, met gym in het speellokaal en op het schoolplein.
In groep 1 ligt de nadruk op het wennen aan het naar school gaan. Er is veel aandacht voor regelmaat en gewoontevorming. Leren doen ze vooral door te spelen. In de kleine kring wordt extra instructie gegeven, of dieper op een onderwerp ingegaan. In groep 2 worden speelse activiteiten aangeboden die voorbereiden op het leren lezen, rekenen en schrijven in groep 3.
“Mijn spelen is leren - mijn leren is spelen.....
Waarom zou het leren mij vervelen?”
In de kleutergroepen verschilt de manier van werken met die van de rest van onze groepen. We werken vanuit een thema en gebruiken verschillende methodes als bron. Alle vakgebieden zitten verweven in de thema’s. Vanaf groep 3 geeft de methode de inhoud van de lessen aan.
De kleuters wordt geleerd om zelfstandig keuzes te maken en hier gericht mee bezig te gaan. We doen dit via een kiesbord (groep 1 en groep 2) en een planbord (groep 2).
Veel kinderen zitten ruim twee jaar (of drie) in een kleutergroep. Hoe lang de kleuterschooltijd duurt is afhankelijk van hun leeftijd, hun aard en aanleg. In de kleutergroepen wordt de basis voor het latere leren gelegd, een brede basis is nodig om in groep 3 goed te kunnen starten. Succesvol groep 3 doorlopen lukt pas als een kind hieraan toe is!
Godsdienst
Er wordt gewerkt met de methode “Trefwoord”.
Rond de kerkelijke feestdagen worden in diverse groepen vieringen gehouden.
Rekenen / wiskunde
Dit jaar gaan we werken met de methode “Alles Telt”. Deze methode is een nieuwe methode die het realistisch rekenen combineert met het aanbieden van een beperkt aantal strategieën. De lessen zijn een combinatie van zelfstandige lessen, instructie van de leerkracht en opdrachten op de computer. De methode kent een aantal toetsmomenten, waarna de kinderen stof aangeboden krijgen op hun niveau. Daarnaast werken we van groep 1 t/m groep 6 met de methode “Met Sprongen Vooruit”. Deze methode richt zich op het automatiseren van de basisrekenvaardigheden. Op een speelse manier worden sommen geoefend.
Nederlandse taal
Het taalonderwijs is veelomvattend. De woordenschat wordt uitgebreid, ontleden en spelling krijgen de nodige aandacht en we laten de kinderen verhalen schrijven en spreekbeurten houden.
We willen dat de kinderen actief, creatief en expressief met taal bezig kunnen zijn. Als basis voor het taal- en het spellingonderwijs gebruiken wij de methode Taaljournaal.
Lezen
In groep 1 is er veel aandacht voor het ontwikkelen van de actieve taal en het uitbreiden van de woordenschat. In groep 2 wordt op speelse wijze aandacht besteed aan de voorbereidende taal- leesactiviteiten.
In januari en in juni van groep 2 wordt de Invented Spellingtoets afgenomen. De toetsresultaten geven voor ieder kind afzonderlijk aan hoe we ondersteuning moeten bieden. De resultaten in juni vertellen ons op welk niveau de kleuter instroomt in onze leesmethode “Veilig Leren Lezen”. Ook werken we met voorleeskoffers en andere ‘leesbevorderingsactiviteiten’.
In groep 3 wordt officieel een start gemaakt met het leren lezen. Er wordt gewerkt met de methode “Veilig leren lezen.”
Voor het voortgezet lezen hebben wij de methode “De Leesestafette”. Op onze school vinden we lezen erg belangrijk. Niet alleen dat uw kind léért lezen, maar dat het ook ontdekt dat lezen leuk, spannend, leerzaam, gezellig of ontroerend kan zijn.
Iedere week is er een moment dat de leerlingen van groep 3 t/m 8 deelnemen aan het zogenaamde “Tutorlezen”. Onder begeleiding van een ander kind (met een hoger leesniveau) lezen de kinderen in groepjes van twee. Dit heeft voordelen voor beide kinderen.
De zwakkere lezer komt vaak aan de beurt en de betere lezer leert nog beter te lezen, temeer omdat ze een ander kind moeten begeleiden. Verder heeft het ook een pedagogisch effect. Naast het tutor-lezen gebruiken we ook Connect-, Duo-, Koor- en Ralfi-lezen als werkvormen door de gehele school om het lezen te verbeteren.
Er wordt veel voorgelezen, ook door kinderen van groep 7/8 in de onderbouw en er vinden activiteiten plaats in het kader van leespromotie zoals het houden van boekbesprekingen en de jaarlijkse Kinderboekenweek, het voorleesontbijt en een voorleeswedstrijd. Er zijn projecten in samenwerking met de bibliotheek. De kinderen krijgen dan een boek mee naar huis of brengen een bezoekje aan de bibliotheek. Daarnaast gaan de kinderen van groep 3 t/m 8 één keer in de twee weken naar de Lytse Bieb.
De leesresultaten worden een aantal malen per jaar getoetst.
In de hogere leerjaren komt de nadruk steeds meer op het begrijpend en later ook op het studerend lezen te liggen. Voor begrijpend / studerend lezen maken we gebruik van diverse methodes. We gebruiken ook de methode Nieuwsbegrip die met teksten over actuele nieuwsonderwerpen werkt. Ook gebruiken we af en toe de methode “Tekst Verwerken”(oude versie). In groep 4 werken we alleen met de vernieuwde methode “Tekst Verwerken”
Onderwijs in de streektaal
Voor de jongste kinderen is het van belang dat zij zich snel thuis voelen op school. In een veilige omgeving zullen ze gemakkelijker gedijen. Een belangrijk aspect daarbij is de acceptatie van de taal van het kind die het van thuis heeft meegekregen.
In onze situatie zijn dat naast het Nederlands vooral het Fries en het Bildts. Naast het respecteren/ waarderen willen we graag dat de kinderen aan het einde van de basisschool het Bildts/Fries kunnen verstaan en begrijpen. Hiervoor maken we gebruik van de volgende methoden “Studio F” en de “Bildtse taalrotonde”. Daarnaast wordt er in diverse groepen een dagdeel Fries gesproken. De voertaal is het Nederlands.
Engels
In groep 7/8 wordt Engels gegeven. We maken daarbij gebruik van de methode “The Team on the move” en de schooltelevisie.
De lessen Engels hebben een sterk communicatief karakter, d.w.z. dat de kinderen veel met elkaar praten in het Engels en zich op die manier verstaanbaar kunnen maken in een vreemde taal.
Wereldoriëntatie
Op heel veel momenten wordt gesproken over de wereld om ons heen en brengen we de kinderen kennis bij over het heden en het verleden van de aarde. Soms gebeurt dit in aparte vakken aan de hand van methoden, maar ook vaak door middel van werkstukken, leergesprekken, doe-opdrachten, spreekbeurten, schooltelevisie e.d.. Dit schooljaar gaan we ons oriënteren op een nieuwe methode voor Wereldoriëntatie, zodat we thematisch met de onderwerpen aan de slag kunnen.
• Natuur:
We gaan hierbij uit van de eigen omgeving. Daar zoeken we materiaal bij, soms in de vorm van projecten. Verder maken we gebruik van de programma’s van Schooltv zoals “Huisje Boompje Beestje en Nieuws uit de natuur. De leerlingen van groep 5/6 werken per toerbeurt in groepjes in de tuin.
• Techniek:
Een aantal jaren geleden heeft “De Koppel” een subsidie voor het Techniekonderwijs gekregen. Door deze subsidie hebben we een aantal leskisten gemaakt die we inzetten bij het onderwijs.
• Verkeer:
In de groepen wordt gewerkt met de boekjes van 3VO. We proberen hierbij aan te sluiten bij de verkeerssituatie van de kinderen in hun eigen omgeving.
Maatschappelijke verhoudingen en staatsinrichting.
Voor dit vak- vormingsgebied hebben we geen speciale methode. In diverse andere lessen wordt er echter in voldoende mate voor gezorgd dat deze lesstof voldoende aandacht krijgt. Iedere week kijken de kinderen van groep 7/8 naar School-TV weekjournaal. Er wordt dan ook gesproken over de thema’s die hierin aan bod komen.
Geestelijke stromingen.
Kennis van de verschillende geestelijke stromingen draagt bij aan het ontwikkelen van een eigen normen- en waardenpatroon bij de kinderen. Verder kan kennis van andere culturen bijdragen tot meer verdraagzaamheid en begrip. Bij dit vak- vormingsgebied vinden vaak koppelingen plaats met geschiedenis, aardrijkskunde en godsdienstige vorming. Dit is dan ook de reden dat we geen aparte methode hiervoor hebben.
Actief Burgerschap
Sinds 2006 zijn de nieuwe kerndoelen voor het onderwijs van kracht. Onderwijs in burgerschap maakt deel uit van deze doelen. Burgerschap wordt niet direct gezien als een apart vak, maar maakt deel uit van het alledaagse lesgeven, waarbij leerlingen uitgedaagd worden na te denken over hun rol als burger in onze (Nederlandse / westerse) samenleving. Ze moeten leren daar nu en ook later een positief kritische bijdrage aan te kunnen leveren. Ook als ‘kleine burger’ moeten kinderen zich betrokken voelen bij en verantwoordelijk zijn voor de maatschappij waar ze deel vanuit maken. De betrokkenheid bij en de verantwoordelijkheid voor de sociale gemeenschap, maken deel uit van de identiteitsontwikkeling van onze leerlingen.
De ontwikkeling van burgerschapszin en sociale integratie komen tijdens diverse lessen in alle groepen aan de orde. We denken daarbij o.a. aan tv-lessen als Koekeloere, Huisje-boompje-beestje, Nieuws uit de natuur en Het Weekjournaal. Ook bij andere vakken komen elementen van burgerschap aan de orde (o.a. godsdienst, geschiedenis en aardrijkskunde). Sowieso leren kinderen op school met andere mensen om te gaan (sociale competenties, kanjertraining).
Musische vorming
Vanaf groep 3 besteden we per week ongeveer 3 uur aan de vakken tekenen, handenarbeid, muziek en toneel. Deze vakken brengen evenwicht in het lesprogramma. Toch zien we deze vakken niet alleen als ontspannend; ook hier streven we kwaliteit na.
Creativiteit is een belangrijke basis in het leven!
Spelend leren
Een keer in de maand, op donderdagmiddag, worden er door de gehele school spelletjes gedaan. Oudere leerlingen begeleiden jongere leerlingen bij de spellen. De jongere leerlingen ontdekken door spel weer nieuwe dingen. Oudere leerlingen helpen hen hierbij en leren weer nieuwe vaardigheden zoals geduld en hulpvaardigheid. Naast het leereffect heeft het spelend leren ook een sociale component. Alle leerlingen van de school kennen elkaar en leren met elkaar te spelen en te werken.
Bewegingsonderwijs
In groep 1/2 staat bewegingsonderwijs dagelijks 2 keer op het lesrooster. Er wordt in de gymzaal gespeeld of op het schoolplein. Wilt u ervoor zorgen dat de kinderen schoentjes op school hebben met een stroeve zool, die ze zelf kunnen aandoen, dus zonder veters?
Groep 3/4 heeft 1 x in de week gym op school en 1 x in de gymzaal. Groep 5/6 krijgen 2 keer per week gymles in de gymzaal of op het sportveld. De groepen 7 en 8 hebben ook 2 keer per week gym, waarvan eens per twee weken in het zwembad van Sint Annaparochie. De kosten daarvoor bedragen 1,20 euro per keer, in totaal dus 24 euro per jaar. Tijdens de gymlessen dragen de kinderen van groep 3 t/m 8 gymkleding; bijvoorbeeld een korte broek en een T-shirt.
Het is verplicht dat de leerlingen gymschoenen dragen tijdens de gymlessen, o.a. ter voorkoming van voetwratten. Geen balletschoentjes i.v.m. het gevaar van uitglijden en dientengevolge kans op ongelukken.
3.4 Rapport
Al deze bovengenoemde vakgebieden worden gewaardeerd via een rapport dat de kinderen twee keer per jaar mee naar huis krijgen. In het rapport vindt u een beoordeling volgens een 4- puntschaal, goed, voldoende, matig en onvoldoende. Het vak godsdienst wordt niet meer apart beoordeeld op het rapport.
We hebben daarvoor gekozen omdat het moeilijk te beoordelen is en omdat het geïntegreerd is in ons hele onderwijs. Daarnaast zijn we begonnen met het ontwikkelen van een portfolio. In dit portfolio mogen leerlingen werk verzamelen dat ze graag willen bewaren en willen tonen aan ouders en familieleden. We noemen deze map de Trotsmap. We geven het rapport mee aan de ouders, meestal na de informatiegesprekken. In sommige gevallen vragen we de ouders om het rapport op een ander moment van school te komen halen. De kinderen krijgen de Trotsmap mee naar huis.
Jaarlijks is er aantal moment om van gedachten te wisselen over uw kind. Wanneer u punten heeft waar u het tijdens dit gesprek over wilt hebben, kunt u dat vóór het gesprek aangeven. U kunt het briefje met de gesprekspunten aan de groepsleerkracht van uw kind geven. Zo kan hij of zij daar ook tijd voor inplannen.
Rapport groep 1 en 2
De titel van het rapport van de kleuters is “Dit kan ik in groep 1 en 2”. Het rapport van groep 1 heeft een rand met rode kindertekeningen, groep 2 is herkenbaar aan een blauwe rand. Het rapport wordt met de ouders/ verzorgers besproken tijdens het rapportengesprek (januari(feb)/juni).